Gas aan boord

Gas aan boord van een schip

Jaarlijks raken meer schepen in de problemen door falende gasinstallaties dan door ruige golven op het water. Je zou verwachten dat een installatie die door de werf is aangelegd en al jaren goed functioneert geen problemen oplevert, maar helaas valt dat in de praktijk vaak tegen. Wanneer gecertificeerde installatietechnici gasinstallaties keuren, blijkt dat slechts een klein aantal installaties de keuring probleemloos doorstaat. Dat wil niet meteen zeggen dat de overige installaties onveilig zijn, maar het is zeker raadzaam om voorzichtig met gas om te gaan.

Aanleggen en keuren

Gasinstallaties voor plezierjachten kunnen in principe door iedereen worden aangelegd. In sommige gevallen is het verplicht om het Certificaat Gastechniek op uw jacht te hebben. Dan kan de installatie alleen worden aangesloten door een gecertificeerd bedrijf aangesloten bij de HISWA. HISWA is de brancheorganisatie voor watersport en recreatie en deze organisatie heeft een checklijst opgesteld voor installaties die voldoen aan de ISO-norm 10239. Wanneer een van de bij HISWA aangesloten organisaties een installatie goedkeurt, ontvangt deze een genummerd certificaat met een geldigheid van drie jaar.

Zelf controleren of een installatie aan de ISO-normen voldoet, is helaas wat lastiger. De inhoud van de ISO-norm is bij de HISWA alleen tegen betaling te downloaden waardoor het als consument vaak niet duidelijk is waaraan een gasinstallatie zou moeten voldoen. Onderaan deze pagina staat de checklist uit 2012. Hiermee is te controleren of de gasinstallatie aan de normen voldoet.

Wanneer je zelf de installatie aanlegt of renoveert, is het aan te raden om deze checklist te gebruiken. We raden je bovendien ten zeerste aan om na het aanleggen de installatie te laten keuren. Deze keuring is behoorlijk streng, maar de kans groot dat de installatie probleemloos wordt goedgekeurd als je je aan de checklist houdt. Het is altijd prettiger om met een gekeurde installatie het water op te gaan. Met een gasinstallatie wil je natuurlijk geen enkel risico lopen.

Soorten gas

Voor jachten wordt meestal propaangas (C3H8) of butaangas (C4H10) gebruikt. Butaangas (zoals Campinggas in de blauwe tanks) kan alleen boven 5°C worden gebruikt en is daarom niet aan te raden wanneer u koude streken bezoekt. De voorkeur heeft dan propaangas. Dit gas zit vaak in grotere grijze of groene tanks. Zowel butaangas als propaangas zijn zwaarder dan lucht en zakken bij lekkage naar de bilge van het schip. Dit kan leiden tot een gevaarlijk ontplofbaar mengsel. Daarom is het belangrijk om ook minieme gaslekken te voorkomen.

Het is ook mogelijk om LPG (autogas) op een boot te gebruiken. Dit mengsel van butaan en propaan wordt aan boord echter weinig gebruikt.

Gasdichtheid

Essentieel voor de veiligheid is uiteraard een gasinstallatie die vanaf de fles tot aan de brander(s) gasdicht blijft. Door alle trillingen, de zeegang en temperatuurverschillen die op jachten optreden, is dat geen vanzelfsprekendheid. Gasdichtheid wordt in eerste instantie gewaarborgd door een juiste aanleg met alle details die daarbij horen. Daarnaast kan de gasdichtheid worden gecontroleerd door de installatie af te persen. De gasdichtheid kan ook worden gecontroleerd door een manometer op te nemen bij de drukregelaar. Sinds 2009 is een dergelijke manometer zelfs verplicht bij nieuwe installaties. Wanneer de afsluiter op de fles en ook de gaskranen van de verbruikstoestellen worden wordt dichtgedraaid moet de druk in het systeem nog lange tijd constant blijven. Een manometer biedt een goed hulpmiddel om dit af te lezen.

De gasfles(sen) in een gasbun

Gasflessen aan boord moeten worden opgeslagen in een gasbun. Dat is een kast waar de gasflessen onderweg veilig kunnen staan. Ook de reservegasfles moet in de bun staan.

De voorkeur heeft een bij de bouw aangebrachte gasbun die ver weg geplaatst is van openingen en toegangen tot de kajuit. Eventueel kan er bij oudere schepen later een prefab gasbun worden aangebracht, bijvoorbeeld in de bakskist.

Een gasbun moet aan de bovenzijde een ventilatieopening hebben en aan de onderzijde zijn voorzien van een ontluchting slang onder het afschot. Deze slang heeft een minimale diameter 19 mm en komt buiten tenminste 75 mm boven de waterlijn uit. Hiermee wordt voorkomen dat er een waterzak ontstaat, waardoor er water in de ontluchting komt. Verder is het aan te raden om een kunststof vlonder in de bun te leggen. Dit geeft een betere ventilatie en voorkomt dat de gasflessen gaan roesten wanneer er onverhoopt (zout) water in de bun komt.

De gasfles, afsluiter en drukregelaar

Op een gasfles moet altijd een afsluiter zitten met daaraan een drukregelaar (ook wel reduceerventiel genoemd). De schroefdraadaansluiting op de regelaar is linksom, zodat deze alleen op een bijpassende gasfles met een shell-aansluiting past. De meeste regelaars zijn 30 of 50 mbar en het gebruikstoestel bepaalt welke druk nodig is. Sinds 2009 moeten regelaars voorzien zijn van een manometer en een overdrukventiel. De regelaar-manometer combinatie mag niet te oud zijn. Dit is de controleren aan de hand van het fabricagejaar, welke gestempeld staat in de regelaar.

Als de regelaar sporen van corrosie, slijtage of beschadigingen vertoont moet deze worden vervangen. Moderne regelaars zijn voorzien van een afblaasopening welke opengaat wanneer de druk onverhoopt te hoog oploopt. Het ontsnapte gas wordt dan via de gasbun naar buiten afgevoerd.

Op reis

Op reis zorgen gasflessen nog wel eens voor wat problemen. Veel landen maken namelijk gebruik van andere soorten gasflessen. Blauwe Campinggas flessen kunnen in de meeste landen wel worden geruild, maar in Scandinavië lukt dat bijvoorbeeld niet of moeizaam. Ook Nederlandse gasflessen zijn niet altijd om te ruilen vanwege een niet passende aansluitnippels. Vaak is de enige oplossing dan om een compleet nieuwe gasfles te kopen met bijbehorend gasdrukregelaar. Let erop dat deze in de gasbun moeten passen. Helaas kun je deze buitenlandse flessen in Nederland vaak niet meer omruilen en heb je er niks meer aan wanneer ze leeg zijn.

Een alternatief is om de fles te laten bijvullen door een geautoriseerd vulstation. Met enig zoeken op internet en rondvragen zijn die wel te vinden. In een propaanfles mag alleen propaan en nooit butaan of LPG. Alleen geautoriseerde en gecertificeerde vulstations kunnen dit veilig doen. Een gasfles mag bovendien nooit meer als 80% gevuld worden. Daarbij is het zeer gevaarlijk en ook wettelijk verboden om een propaanfles bij te laten vullen bij een LPG station.

Voor schippers die tot ver van huis varen, is het mogelijk een gasinstallatie te laten aanleggen gebaseerd op LPG. Hierbij horen speciale LPG-veilige navulbare flessen met bijbehorende vulnippels die zelf bij ieder LPG tankstation gevuld kunnen worden. Deze hebben een ingebouwde vullimiet van maximaal 80%, een drukmeter en een afblaasventiel. Alle aangesloten gastoestellen op het schip moeten dan ook geschikt zijn voor LPG.

Een elektrische magneetventiel in de gasbun

Sommige jachten hebben een extra elektrisch bedienbaar magneetventiel in de toevoerleiding, vlak bij de fles. Deze gaat alleen open als er 12 V spanning op staat. Het voordeel is dat dit ventiel automatisch de gastoevoer sluit wanneer de spanning wegvalt. Dit is optioneel te monteren, maar niet verplicht volgens de ISO-normen. Zo’n automatische afsluiting heeft ook nadelen. Het elektrische apparaat heeft het in de vochtige ruimtes zwaarte verduren. Daarnaast zijn ze niet goedkoop, vragen ze stroom en kan een dergelijke afsluiter door corrosie of ouderdom storingen veroorzaken of gaan lekken. Als de gasinstallatie van een elektrisch magneetventiel wordt voorzien, dient deze bij voorkeur geheel geseald zijn met aangeseald snoer. Het ventiel en de elektrische aansluiting kunnen aangesloten worden in de leiding buiten de gasbun.

De slangen

Als vuistregel wordt vaak gezegd dat gasslangen iedere 2 jaar vervangen moeten worden. Deze eis is echter niet zo hard in de ISO-normen terug te vinden. Er wordt gesproken van regelmatige controle op scheurtjes en slijtage en vervanging bij beschadigingen. De huidige materialen van gasslangen zijn dusdanig verbeterd dat gerust een vervanging om de 3 – 5 jaar kan worden aangehouden. In Duitsland zijn de richtlijnen zelfs 5 tot 7 jaar. De HISWA-inspecteurs houden 3 jaar aan als norm. Er bestaan ook roestvrijstaal gewapende gasslangen met een levensduur van minimaal 25 jaar. Deze zijn wel wat duurder in aanschaf, maar besparen de jaren daarop flink in de kosten. Deze slangen moeten wel van het type “Supeflex” of “Rvs-flex” zijn, zodat ze geschikt zijn voor langdurige bewegingen. De flexibele RVS-slangen die in de bouwmarkt worden verkocht voor het aansluiten van een fornuis zijn zeker niet geschikt voor de gasinstallatie aan boord.

Er moeten altijd slangen met aangeperste koppelingen worden gebruikt. In de meest watersportzaken zijn slangen met verschillende koppelingen en met verschillende lengtes te koop. De koppelingen voor aan boord moeten van messing of RVS zijn om te voorkomen dat ze op den duur gaan roesten. Gespecialiseerde bedrijven zoals wij kunnen RVS-flexslangen met aangeperste koppelingen op maat maken. Bij sommige oudere installaties past dat helaas niet en moeten er nog steeds dubbele RVS-slagklemmen worden gebruikt. Dat mag echter niet meer volgens de ISO-normen.

De gasleiding met bijbehorende knelkoppelingen

Voor de gasinstallatie op een boot, adviseren wij koperen- of RVS-gasleidingen van 8 of 10 mm. Deze moeten altijd gebruikt worden in combinatie met passende messing knelkoppelingen voorzien van messing binnenhulzen. Leidingen zonder binnenhulzen of leidingen die gesoldeerd zijn, worden afgekeurd. Ook mag een leiding alleen in een flauwe bocht gebogen worden en moet de leiding minimaal om de 50 cm met beugels worden vastgezet. Bij scherpe en haakse bochten moeten knelkoppelingen worden geplaatst. Een leiding loopt bij voorkeur niet door de motorruimte. Wanneer dit toch onvermijdelijk is, mogen daar geen koppelingen zitten en moet de leiding elke 30 cm worden gebeugeld. Deze beugels moeten voorzien zijn van een rubber of kunststof binnenwerk tegen het doorschavielen als gevolg van alle trillingen. Op plaatsen waar de leiding door de wand van de gasbun loopt of door een ander (metalen) schot, dienen daar schotknelkoppelingen te worden bevestigd. Deze zijn er in verschillende uitvoeringen. Alle knelkoppelingen moeten in het zicht zitten zodat ze ook jaarlijks gecontroleerd kunnen worden met zeepsop of lekspray. De gehele gasleiding moet overal minimaal 3 cm verwijderd zijn van elektrische bedrading. Als de leiding niet over de hele lengte visueel geïnspecteerd kan worden moet deze worden afgeperst op 1,5 bar.

Bij het verbruikstoestel

Aan het einde van de leiding vlak bij het verbruikstoestel moet een gasafsluiter geplaatst worden. Deze kraan moet te alle tijde bereikbaar zijn, ook wanneer bijvoorbeeld de vlam in de pan is geslagen.
Verreweg de meeste problemen worden veroorzaakt door slecht functionerende of verouderde verbruikstoestellen, zoals een roestig kooktoestel of een oude gaskoelkast. Verbruikstoestellen moeten altijd een thermische beveiliging hebben. Deze beveiliging zorgt er voor dat er alleen gas kan stromen als het thermokoppel heet is. Als de vlam wegvalt stopt de gastoevoer. Helaas willen deze onderdelen nogal eens verouderen. Hierdoor levert het thermokoppel onvoldoende spanning, of het magneetventiel blijft hangen. Het gevolg is dat de knop heel lang moet worden vastgehouden voordat de brander blijft branden. Of erger: de gastoevoer wordt niet afgesloten als de vlam wegvalt. Beide onderdelen zijn redelijk gestandaardiseerd en kunnen vervangen worden, liefst door een gespecialiseerd bedrijf.

Gasdetector

Het plaatsen van een gasdetector is een extra manier om een gaslek tijdig te ontdekken. Een goede gasdetector signaleert niet alleen butaan en propaan, maar ook koolstofmonoxide en andere bedwelmende gassen. Hou er bij het plaatsen van de gasdetector rekening mee dat het een elektronisch apparaat is met een gevoelige sensor in de (vochtige) bilge. Bedenk ook dat het apparaat stroom gebruikt. Het gaat niet om veel stroom, maar het is genoeg om de accu’s leeg te trekken er lange tijd niemand aan boord is.

Jaarlijkse controle

Voor een goede en veilige werking moet de installatie elk jaar goed worden gecontroleerd.
Bij de gasbun kijken we naar corrosie en goede gasdichtheid van de bun. Is de ontluchtleiding niet verstopt? Is de slang en de regelaar nog in goede conditie? Bij de leidingen hoef je alleen de klemkoppelingen en afsluiters te controleren met lekspray of zeepsop. En bij het gastoestel kun je het beste de gaskranen met bijbehorende vlambeveiliging controleren. Ook moeten de branders jaarlijks worden schoongemaakt. Hierin kunnen spinnenwebben, stof en vuil zich ophopen wat resulteert in slechte (gele) verbranding. Bij de minste twijfel is het verstandig de zaak te (laten) vervangen.

Conclusie

Neem geen risico met gas. Inspecteer en onderhoud de installatie met zorg. Download de brochure “gasveilig” en bestudeer die goed. Check de eigen installatie aan de hand van deze brochure en de HISWA checklijst. Vervang de drukregelaar door een type met manometer en inspecteer en/of vervang de slangen. Werkt het gasfornuis goed? Gaan de knoppen niet zwaar, of duurt het abnormaal lang voordat de vlam blijft branden? Veel ongelukken gebeuren bij oudere koelkasten op gas waarvan de brander slecht te inspecteren is. Vraag bij de geringste twijfel een erkende installateur of hij de zaak in orde brengt. Dan kun je met een gerust hart uitvaren.

Heb je meer hulp nodig?

Kom je er na het lezen van dit blog nog steeds niet uit? Geen probleem!